De Fransebulldog

 

Deze hond is van Franse oorsprong. De rasstandaard dateert van 28 april 1995. De Frans Bulldog wordt gebruikt als gezelschapshond en als waakhond. Bij de FCI is hij ondergebracht in groep 9 (gezelschapshonden). Er zijn geen werkproeven vereist.

 

Historie

Over de geschiedenis van de Franse buldog zijn de kynologen het niet eens. Het meest waarschijnlijke is dat de Franse bulldog afstamt van de Engelse bulldog. De Engelse bulldog zou gekruist zijn met kleine Franse terriërs, zo is de Franse bulldog aan z'n staande oren komen. Deze kleine bulldogs, die Toy Bulldog werden genoemd, werden gefokt rond Nottingham, Engeland. Ze waren populair bij arbeiders. Door werkloosheid in Engeland vestigden veel Engelse arbeiders zich in de 19e eeuw in Noordwest Frankrijk, ze namen hun Toy Bulldogs mee. Het ras werd in het begin van de 20e eeuw enorm populair in Zuid-Franse steden. Men gebruikte de Franse buldog voor gevechten tegen stieren in grote arena's. Het ras is in 1898 officieel erkend, als eerste in de Verenigde Staten.


Kenmerken

Algemeen voorkomen

Typisch een klein formaat van de dogachtigen. Het is een kleine, krachtige hond, kort gedrongen in al zijn proporties, kortharig met een plat gezicht en kortneuzig. Hij heeft staande oren en een van nature korte staart.


Gedrag en karakter

Gezellig, speels, sportief en opgewekt. Hij is zeer aanhankelijk aan zijn baasje en aan kinderen. Het is een echter charmeur, dol op spelletjes en daarbij is hij moedig en alert. Hoewel ze moedig, onstuimig en lichamelijk gehard zijn, blijken ze op het geestelijke vlak heel gevoelig; stemmingen in huis voelen ze haarfijn aan en harde woorden raken ze diep in hun ziel. Ze zijn zeer aanhankelijk en worden niet graag alleen gelaten. Ze maken graag deel uit van het gezin. Franse Bulldoggen kunnen wel eens jaloers zijn als de aandacht van de baas naar iets of iemand anders uitgaat. Deze honden zijn alert op wat er in hun omgeving gebeurt en ze laten hun stem beslist horen als ze onraad bespeuren. In doorsnee blaffen ze echter niet veel.


Sociale aanleg

De meeste van deze honden kunnen het uitstekend met kinderen vinden, ook met de jongste onder hen. Ze vormen, mede door hun hoge tolerantiedrempel en hondsgevoel voor humor, fijne speelkameraadjes voor wat oudere kinderen. Met andere huisdieren gaan Franse Buldoggen goed om, mits ze hiermee op jonge leeftijd opgroeien. Ze zijn in de regel mensenvrienden. Bezoek wordt meestal enthousiast verwelkomt.


De vachtverzorging heeft weinig om handen. In de verharingsperiode kan men met een rubberen borsteltje de dode en losse haren eenvoudig uit de vacht verwijderen. Buiten deze periode is een wekelijkse borstelbeurt voldoende. Gebruik hiervoor bvb. een harde harenborstel. De gezichtsplooien vergen normaal gezien niet veel onderhoud. Men kan de plooien af en toe insmeren met vaseline of een daartoe bestemd product. Regelmatig de gehoorgang nakijken op vuil en een teveel aan oorsmeer. De nagels kort houden.


Opvoeding

Een Franse Bulldog is niet moeilijk op te voeden. Ze zijn slim en leren vrij snel, zeker als de lessen op een vrolijke manier gebracht worden en als men de hond duidelijk laat weten wanneer men tevreden is. Desalniettemin kunnen ze u door hen zeer sprekende gezichtsmimiek al snel op het verkeerde been zetten; consequentie is dan ook zeker nodig. Dit ras is erg gevoelig voor de intonatie van uw stem.


Beweging

Deze honden spelen en ravotten graag. Langen wandelingen zijn niet nodig. Bij warm weer is dit, wegens de korte neus, zelfs ten zeerste af te raden. De meeste hebben dan ook genoeg aan driemaal per dag een blokje om en wat loslopen en spelen in de tuin. Ze kunnen ook goed op een flat gehouden worden. Ze hebben vrijwel geen jachtinstinct en weinig neiging om zelfstandig op pad te gaan.

 

 

Rasbeschrijving


Het hoofd

Het hoofd moet zeer krachtig, breed en vierkant zijn. De hoofdhuid vormt plooien en symmetrische of bijna symmetrische rimpels. Het hoofd van een Bulldog wordt gekenmerkt door een terugwijkende massieve neuspartij. De schedel bezit in breedte wat hij in lengte heeft verloren.


Het schedelgebied

De schedel is breed, bijna plat met een zeer bol voorhoofd. De wenkbrauwen springen naar voren en zijn gescheiden door een bijzonder ontwikkelde groef tussen de ogen. De groef mag zich op het voorhoofd niet voortzetten. De achterkant van de kop is weinig ontwikkeld. De stop is sterk geaccentueerd.


Het gezicht

De neus (wipneus) is breed, zeer kort, goed geopend en heeft symmetrisch geplaatste neusgaten die schuin naar achter liggen. De schuine stand van de neusgaten evenals de wipneus moet echter altijd de normale neusademhaling mogelijk maken. De voorsnuit is erg kort, breed, vertoont concentrisch symmetrische plooien die op de bovenlippen naar beneden lopen (lengte 1/6 deel van de totale lengte van de kop). De kaken zijn breed, vierkant en krachtig. De onderkaak beschrijft een grote boog en komt boven de bovenkaak uit. Als de bek gesloten is, wordt het uitsteken van de onderkaak verminderd door de kromming van het onderkaakbeen. Deze kromming is nodig om een te grote onderbeet te voorkomen. Bij de tanden staan de ondersnijtanden in geen geval achter de bovensnijtanden. De onderste snijtandenboog is rond. De kaken mogen geen zijwaartse afwijking noch draaiing vertonen. De verschuiving van de snijtandbogen zou strikt beperkt kunnen zijn, de essentiële voorwaarde blijft dat de bovenlip en de onderlip op elkaar sluiten zodat ze de tanden geheel bedekken.
De lippen zijn dik, een beetje slap en zwart. De bovenlip sluit aan de op de onderlip in het midden en bedekt de tanden, die nooit geheel zichtbaar mogen zijn. Het profiel van de bovenlip is hangend en rond. De tong mag nooit zichtbaar zijn. De spieren van de wangen zijn goed ontwikkeld maar steken niet uit. De ogen hebben een opgewekte uitdrukking, zijn laag geplaatst en ver genoeg geplaatst van de snuit en vooral van de oren. Ze zijn donker gekleurd, tamelijk groot, goed rond, licht puilend en laten op geen enkele manier wit zien als het dier naar voren kijkt. De randen van de oogleden moeten zwart zijn.


De oren

Deze zijn van gemiddelde grootte, breed aan de basis en rond aan de bovenkant. Ze zijn hoog op het hoofd geplaatst maar niet te dicht bij elkaar en worden rechtop gedragen. De ooropening is van voren gezien geheel zichtbaar. De huid moet zacht en fijn aanvoelen.


De hals

Deze is kort, licht gebogen en zonder wammen.


Het lichaam

De bovenlijn gaat geleidelijk omhoog tot het niveau van de lendenen en daarna snel omlaag tot aan de staart. Deze vorm is zeer gewild in verband met de korte lendenen. De rug is breed en gespierd. De lendenen zijn kort en breed. Het kruis is schuin aflopend. De borstkas is tonvormig en diep. De voorborst is breed en diep. De buik en flanken zijn opgetrokken maar niet als bij een windhond. De staart is kort en laag aan de croupe aangezet, aan de billen 'geplakt', dik aan de basis, 'geknoopt' of natuurlijk 'gebroken' en dun aan het uiteinde. Zelfs in actie moet hij onder een horizontale lijn blijven. Een relatief lange staart, 'gebroken' en dun (niet langer dan de sprong) is toegestaan, maar niet gewild. De voorhand is vast en regelmatig, en profil en van voren gezien. De schouders en opperarmen zijn kort en dik met een stevige en duidelijk zichtbare gespierdheid. De opperarm moet kort zijn. De elleboog ligt absoluut tegen het lichaam aan. De onderarmen zijn kort, staan goed uit elkaar, zijn recht en gespierd. De voetwortel en de middenvoet zijn stevig en kort. De Bulldog moet zonder 5de teen (hubertusklauw) geboren worden. De voeten zijn compact, rond en klein (zogenaamde 'kattevoet) en licht naar buiten gedraaid. De tenen zijn compact, dik en goed gescheiden met korte nagels. De voetkussens zijn hard, dik en zwart. Bij gestroomde honden moeten de nagels zwart zijn. Bij bonte of fawnkleurige honden ziet men het liefst donkere nagels, maar lichtere nagels worden niet bestraft. De achterhand is sterk en gespierd. De achterbenen zijn wat langer dan de voorbenen zodat de achterhand wat hoger is. Ze is vast en regelmatig en profil en van achteren gezien. Het dijbeen is gespierd zonder al te rond te zijn. De sprong is tamelijk laag, niet te gehoekt en vooral niet te recht.


Gangwerk

Wijde gangen. De ledematen verplaatsen zich evenwijdig aan de middenlijn van het lichaam.


Beharing

Het haar is mooi kort, dik, glanzend en zacht. Als kleuren hebben we fawn, effen of gestroomd, bon met een beperkt aantal platen of overwegend bont. Alle nuances van fawn zijn geoorloofd, van rood tot licht bruin (café au lait). Bonte honden kunnen wit zijn of wit met gestroomde platen of wit met fawn platen. Wanneer een hond een zeer donkere neus heeft en donkere ogen omringd door donkere oogleden, worden enkele niet gepigmenteerde vlekken in het hoofd bij uitzondering toegestaan bij zeer mooie honden.


Grootte en gewicht

De schouderhoogte is 30,5 - 31,5 cm. De grootte is in harmonie met het lichaam. Het gewicht mag niet minder zijn dan 8 kilogram, maar niet meer dan 14 kilogram voor een Bulldog in goede conditie.

De Franse bulldog is vooral een gezelschapshond, hoewel de hond zeer waaks is. Een Franse bulldog wordt ongeveer 10 à 14 jaar. Volgens de rasstandaard moet een Franse bulldog een schouderhoogte hebben van 25 tot 35 cm. Ze hebben een dichte, glanzende korte vacht. De toegestane kleuren zijn: gestroomd, zwart, wit, wit met gestroomde vlekken en fawn.

De Franse bulldog heeft een levendig karakter en is een mensenvriend. De hond kan algemeen ook goed opschieten met kinderen. De bulldog heeft wel een consequente opvoeding nodig en ze kunnen onstuimig zijn. Als de hond goed opgevoed en gesocialiseerd wordt, gaat de hond in het algemeen goed samen met andere huisdieren. Frans bulldoggen zijn erg op hun baas gericht, als de baas onvoldoende aandacht aan ze besteedt, kunnen ze jaloers reageren.

De Frans bulldog is forsgebouwd en kan zijn warmte slecht kwijt. Het is daarom niet verstandig om de hond zware inspanningen te laten verrichten bij hoge temperaturen.

Voor wat betreft de verzorging hebben de ogen en gezichtsplooien extra aandacht nodig.

© Copyright - Designed by proef-site.nl